"In een uitverkochte Lichtfabriek in Haarlem zet regisseuse Marelie van Rongen met beperkte middelen een sympathieke opvoering neer en weet zij in een modern jasje een duidelijk verhaal te vertellen." "Francis van Broekhuizen is overweldigend als de lijdende Imogene. Zij is in uitstekende vorm als een soort pleegzuster uit Lourdes, die de gestrande gewonden verzorgt. Al in de eerste aria “Lo sognai ferito” demonstreert zij haar sterk dramatisch temperament en opvallend gevoelig en terughoudend is zij in de ingetogen momenten van de tweede akte. In haar waanzinsaria – hier hoort men de voorloper van de aria van Edgardo uit Donizetti’s ‘Lucia di Lammermoor’ – gaat haar gepassioneerde opening over in prachtige legato zanglijnen en een uitgebreid scala van kleuren. De rol van Gualtiero is – zoals Beniamino Gigli al schreef in zijn autobiografie – een zware onderneming voor een tenor en Mark Omvlee schetst op moedige wijze de romantische held. Als hij zijn tenor slank houdt, doet zijn stem zelfs denken aan die van John van Kesteren. Bas-bariton Marcel van Dieren is zoals altijd betrouwbaar en zet een dramatisch portret van Ernesto neer." "Door de ruimtelijke akoestiek van de Lichtfabriek van Haarlem komen de stemmen groot door en klinkt het werkelijk fantastisch spelende Musonia Ensemble als een vol orkest. Samen met dirigent Wim Dijkstra steken zij flink de handen uit de mouwen en klinkt het zeer verzorgd(-). Het semi-professionele Haarlems Koor Lokaal weet waarover het zingt in de hoedanigheid van de hippies, klerken en EHBO-dames en de leden hebben een grote rol in – zoals vaak bij Bellini – de inleiding van bijna alle scènes. Liefdevol en enthousiast gaan zij de muzikale uitdaging aan en maken in de “teamspirit” een klein feestje van deze ‘Il Pirata’." Uit de recensie van Mark Duijnstee op www.operanederland.nl.